.
 Live in the Living Room 39, 11 september 2004  


39e editie Live in the Living Room, editie in het kader van Festival Rode Loper

in Amsterdam. Host: Annemiek Mattern.

Programma:

 

Op de knieën op De Rode Loper

Voor de tweede keer in de geschiedenis een Live in the Living Room in Villa Mattern, de vrijstaande bungalow in Amsterdam-Watergraafsmeer, met een keuken als een concertzaal en een huiskamer met een prachtig schilderij van Bart Domburg als decor.

Omdat deze editie in het kader van het festival De Rode Loper plaatsvindt, wordt er dit keer niet op zondag maar op zaterdag gespeeld. Dat maakt geen fluit uit voor het succes van de avond. Voor Michiel (J.Perkin) en Simon van het duo Solo is het bijna een cd-presentatie, want het album Songs ‘n’ Sounds is net van de persen gerold. Onlangs speelde het duo nog op het Lowlands-festival ten overstaan van 500 mensen met een koptelefoon op hun knar. Hetzelfde effect van verstilling brengt het tweetal nu weer teweeg, maar dan voor een dertigkoppig publiek (dat even daarvoor in de tuin nog heeft zitten pimpelen met hemelse tapas erbij). Vooral omdat de luisterliedjes van J.Perkin kleine pareltjes zijn die nergens te bombastisch, nergens te slijmerig en ook nergens te eendimensionaal worden, nodigt hij de luisteraars uit binnen te treden in een delicate gevoelswereld waarin het goed toeven is. Na een volgens het publiek indrukwekkend tweede setje van niemand minder dan mijzelf (de recensie laat ik aan derden over), toont Jaap Boots aan in bloedvorm te verkeren. Als een opdringerige troubadour en duizend maal ontwapenender en sympathieker dan pakweg Youp van ‘t Hek, loopt hij met zijn gitaar langs de rijen stoeltjes in de huiskamer. Flirtend met de dames, provocerend richting heren en zich verontschuldigend naar de aanwezige kindertjes, vanwege het forse arsenaal schuttingwoorden dat Boots bezigt in zijn nieuwe songs. Van die songs is Kutwijf ongetwijfeld de meest pakkende. Het publiek ligt op de knieën van het lachen. De lach en de traan zijn in Boots’ liedjes sowieso sterk vertegenwoordigd. Hij heeft het hart op de tong in de wang, blinkt uit in compositorische eenvoud en is tekstueel een van de weinige Nederlandse zangers die kan boeien met soms rake one-liners. In de toegift die hij bij de organisatie en het publiek afdwingt doet hij tenslotte nog een vermakelijke pas-de-deux met Solo-pianist Simon. In de mediterraan aandoende tuin wordt er - al dan niet met dubbele tong - nog lang nagepraat.