Op
de knieën op De Rode Loper
Voor
de tweede keer in de geschiedenis een Live
in the Living Room in Villa Mattern, de
vrijstaande bungalow in
Amsterdam-Watergraafsmeer, met een keuken
als een concertzaal en een huiskamer met een
prachtig schilderij van Bart Domburg als
decor.
Omdat
deze editie in het kader van het festival De
Rode Loper plaatsvindt, wordt er dit keer
niet op zondag maar op zaterdag gespeeld.
Dat maakt geen fluit uit voor het succes van
de avond. Voor Michiel (J.Perkin) en Simon
van het duo Solo is het bijna een
cd-presentatie, want het album Songs
‘n’ Sounds is net van de persen
gerold. Onlangs speelde het duo nog op het
Lowlands-festival ten overstaan van 500
mensen met een koptelefoon op hun knar.
Hetzelfde effect van verstilling brengt het
tweetal nu weer teweeg, maar dan voor een
dertigkoppig publiek (dat even daarvoor in
de tuin nog heeft zitten pimpelen met
hemelse tapas erbij). Vooral omdat de
luisterliedjes van J.Perkin kleine pareltjes
zijn die nergens te bombastisch, nergens te
slijmerig en ook nergens te eendimensionaal
worden, nodigt hij de luisteraars uit binnen
te treden in een delicate gevoelswereld
waarin het goed toeven is. Na een volgens
het publiek indrukwekkend tweede setje van
niemand minder dan mijzelf (de recensie laat
ik aan derden over), toont Jaap Boots aan in
bloedvorm te verkeren. Als een opdringerige
troubadour en duizend maal ontwapenender en
sympathieker dan pakweg Youp van ‘t Hek,
loopt hij met zijn gitaar langs de rijen
stoeltjes in de huiskamer. Flirtend met de
dames, provocerend richting heren en zich
verontschuldigend naar de aanwezige
kindertjes, vanwege het forse arsenaal
schuttingwoorden dat Boots bezigt in zijn
nieuwe songs. Van die songs is Kutwijf
ongetwijfeld de meest pakkende. Het publiek
ligt op de knieën van het lachen. De lach
en de traan zijn in Boots’ liedjes sowieso
sterk vertegenwoordigd. Hij heeft het hart
op de tong in de wang, blinkt uit in
compositorische eenvoud en is tekstueel een
van de weinige Nederlandse zangers die kan
boeien met soms rake one-liners. In de
toegift die hij bij de organisatie en het
publiek afdwingt doet hij tenslotte nog een
vermakelijke pas-de-deux met Solo-pianist
Simon. In de mediterraan aandoende tuin
wordt er - al dan niet met dubbele tong -
nog lang nagepraat.