.
 Live in Your Living Room 88, 20 januari 2007  

88e editie Live in Your Living Room
in Amsterdam. Adres: bekend bij organisatie. Hostess: Annet ten Have.

Programma, exclusive met:

"I'm getting better and better"

Zaterdagavond bij Annet en Martijn zitten 40+ mensen rondom Michael de Jong. Geflankeerd door zijn drie onafscheidelijke gitaren. Een paar kaarsjes in elke hoek van de kamer en één rode schemerlamp op de grond naast Michael geeft de ambiance een hoog kampvuur-gehalte.

Het is stil. Het enige dat je hoort is het zacht stemmen van de gitaar en de loodzware adem van een zieke man. Iedereen kijkt met volle aandacht. En luistert vooral met volle aandacht. Naar wat deze 62-jarige te zingen en te zeggen heeft. En, geen wonder bij Michael de Jong, dat is nogal wat. "Welcome to this AA-meeting”, begint Michael.

 

Indrukwekkend blijft het als hij uit eigen ervaring vertelt over de dagen van ’67 en ’68 in Detroit, studentenprotesten, rassenrellen, het roekeloze optreden van de politie en de waarschuwingen daarvoor van zijn vader, de consequentie dat hij door de gebeurtenissen rond de rellen als blanke muzikant niet meer in de zwarte bluescafé’s welkom was, de trots dat hij als enige whiteguy het uiteindelijk toch zover schopte dat hij in zwarte bands speelde, de democratische conventie, de moord op Robert Kennedy, etc.

Of zijn twee “dierbare” jaren in Amsterdam, waar hij met een oude auto en een kat, en later geen van beiden meer door Amsterdam zwierf. Op straat, op weg tussen de toen weinige plekken om te spelen, het scoren, narigheid en de politie.

 

Of zijn nu naïef overkomende werkelijk lijkende geloof dat hij en zijn generatie door liefde en muziek echt iets konden veranderen. En de eveneens nu snel begrepen onvermijdelijke bitterheid over de teleurstelling en het niet bestaan van vriendschap of andere vormen van ‘human kindness’, zoals Michael in de kilheid van het nummer 'An unmarked grave' zingt.

Is het onderdeel van zijn show of is het echt, als hij opeens zachtaardig uit de hoek komt: “Music’s such a beautiful thing, don’t you think?”, terwijl hij zoekend naar bevestiging door het publiek heen kijkt. Vanavond denk ik echt het laatste.

 

- Michael, you’re getting better and better.

- No, I’m getting sicker and sicker.

- Well, maybe that has got something to do with it.

- Yeah, probably. Whenever the pills don’t work anymore, music’s the only thing I got left.

 

Wat voor verhalen er van de nukken van de man ook mogen zijn, de man is panisch voor 'selling out'. Het lijkt de enige trots die hij echt over heeft. En, hij hééft daarin ook iets te verdedigen. Street credibility van een man van 62? You bet.

Je voelt de kou, als hij het publiek inschreeuwt dat het leven op de straat keihard is (op zoek naar een stukje “friendly floor” om op te slapen). En je ogen kijken abrupt naar de grond als je hem hoort zingzeggen dat de persoon in zijn liedje zich het nog heel goed voor de geest kan halen toen hij een poging deed om zijn leven te nemen.

 

Ja, op zo’n moment hebben de mensen die zeggen dat ze Michael’s muziek maar depri vinden een beetje gelijk. Maar wat vanavond overblijft is de indruk dat die depri nummers ten spijt hier een man zit met een heel eenvoudige ‘waarheid’ en levensinstelling die uiteindelijk door zijn geschreeuw en af en toe stoere praat heen simpelweg sympathiek en zelfs zachtaardig overkomt. Het cliché ruwe bolster blanke pit zeg maar.

 

Michael sluit af met Parkbench Serenade. En op verzoek doet hij een toegift Breathe (Padraig’s Song), tot grote dankbaarheid van het publiek. En wrang toepasselijk. Of juist.

Aan het eind van de avond is Michael achterover in een luie stoel gezegen, zijn adem naar lucht reikend. “Yeah it’s true Kees, I’m getting better and better.”